Benoem voorwerpen

Maak de tags vast aan voorwerpen en spreek het bijbehorende woord in. Leer de wereld om je heen begrijpen, en oefen de woorden die voor jou (of je omgeving) nuttig zijn om bij naam te weten.

Gebruik speciale interesses

Is jouw kind gek van Bob de Bouwer? Helemaal idolaat van Thomas de Trein? Of juist helemaal into de Teletubbies? Gebruik deze fascinaties dan als ingang om te oefenen. Wie weet kun je wel met Thomas getallen oefenen, of de kleuren van Bob!

Oefen emoties

Door pictogrammen of foto’s van emoties in de tags te schuiven, kun je emoties leren herkennen en benoemen. Maar ook kun je LINKX gebruiken om te oefenen met het uiten van emoties. Voel je je blij, link dan de blije LINKX-tag met je apparaat!

Elke stoel heet stoel

Door verschillende type voorwerpen, zoals stoelen, allemaal een tag te geven waarbij je het woord ‘de stoel’ inspreekt, help je kinderen bij taalbegrip. Elke stoel heet stoel, ook al zien ze er allemaal net wat anders uit.

Namen van familie oefenen

Door een foto in een LINKX-tag te schuiven, kun je ook de namen oefenen van opa, oma, mama, papa, of je broertje of zusje.

Interactieve activiteitenplanner

Met LINKX kun je je activiteitenplanner interactief maken. Schuif elke picto in een tag en zet ze op de juiste volgorde op een plankje. Bij aanvang van een nieuwe activiteit kun je samen naar het woord luisteren door de tag met het apparaat te linken. Is de activiteit klaar? Dan draai je de tag om, of doe je hem bijvoorbeeld in een mandje.

Lachen om mama’s stem

Mandy Swagerman (moeder van zoon met autisme)

Mijn zoontje Mitchell (4 jaar, autisme) speelt met LINKX en luistert eindeloos naar de woorden ‘de trampoline’, ‘de boeken’ en ‘Mitchell’s stoel’. Hij praat nu nog niet, maar we zien duidelijk dat hij probeert klanken na te doen. Hij vindt het prachtig om de bellen kapot te prikken, en komt het mij steeds trots laten zien als het hem gelukt is. En hij vindt het heel grappig om naar mijn stem te luisteren. Natuurlijk hoop ik dat het hem helpt, en dat hij straks begint met praten. Maar het belangrijkste is dat hij er plezier in heeft om op deze manier met woorden te spelen.

 

Benoemen wat je doet

Sonja Verhooren (logopediste)

Ik geef logopedie aan kinderen op de Maaskei. Met LINKX oefen ik woorden met onze leerlingen, maar ook zinnen. Met een van onze leerlingen oefen ik steeds iets langere zinnen. Daarom oefen ik met haar de zin ‘ik kleur rood’, ‘ik kleur geel’ en ‘ik kleur blauw’, tijdens het kleuren. Zij vindt het super om naar de gekleurde bellen te luisteren en de zinnen na te zeggen.

Bij dit spelletje leggen we de i-Pad op de tafel, en halen we de tags naar de i-Pad toe. Ik spreek de woorden ‘rood’, ‘geel’ en ‘blauw’ in. Ook leg ik een kleurplaat neer, en drie potloden. Een rode, een gele en een blauwe. En het is natuurlijk nog leuker om dit samen te doen. Wanneer ze een kleur hoort pakt ze een potlood en kleurt met het potlood en zegt: “ik kleur (geel, rood of blauw)”

Zelf kiezen

Liezeth de Vreugd (gezinshuismoeder/ouder)

De meeste kinderen kunnen zelf vertellen wat ze op hun boterham willen. Misschien vragen ze het niet altijd even netjes, maar voor Jessey (9 jaar, autisme) zijn de woorden ‘brood’ en ‘pasta’ moeilijk te zeggen. Laat staan, ‘mag ik alsjeblieft een boterham met pasta?’ Iets wat we allemaal misschien uiteindelijk wel willen voor onze kinderen. Want je wilt tenslotte ook dat anderen jouw kind begrijpen en accepteren.

Ik ben altijd bezig om Jessey uit te lokken tot communicatie. Met gebaren, gesproken taal, maar ook met woordbeelden. En dat gaat gelukkig steeds beter. Voordat we de speelkit gebruikten, waren we thuis eigenlijk niet zo concreet met gesproken taal bezig. Toen ging het vooral om het bieden van een veilige plek voor Jessey om te groeien. Nu oefenen we met het hele gezin met Jessey aan tafel, bijvoorbeeld tijdens het eten. Op de tafel ligt de ipad met de tags. Een tag zit vast aan zijn favoriete knuffel. Zo motiveert ik hem extra voor het spelletje. De andere tag ligt bij het brood, en de andere bij de pasta. Zo oefent hij dagelijks de woorden ‘brood’ en ‘pasta’, op het moment dat hij dat ook gaat eten. Hij is daar dol op, dus het zijn goede woorden om mee te beginnen. Hij vindt het heerlijk om de bellen kapot te prikken, de woorden te horen, en ze zelf ook na te zeggen. Zo kan hij dus (na)zeggen wat hij wil eten. Een ideale manier om zich te uiten, totdat hij het helemaal zelf kan.